De magie van taal

Geschreven door: Maaike Steeman & Femke Klomp

Taal is magisch. Als je luistert naar talen die je niet kent of je probeert in een vreemde taal te lezen, dan kun je ervaren dat taal eigenlijk gewoon klanken en tekens zijn. Het klinkt als abracadabra. Maar als je een bepaalde taal kent, dan brengen die klanken en tekens werelden tot leven. 
Ik kan nu bijvoorbeeld schrijven: stel je voor dat er een buitenaards wezen op bezoek komt in de klas, die de kinderen kookles geeft met buitenaardse producten, waarna jullie dat op gaan eten. Misschien kun je opmerken dat dat beelden, gedachten en gevoelens oproept bij jou. Als ik daaraan toevoeg dat die producten een hoog slijmerigheidsgehalte hebben, dan merk je misschien ook sensaties in je lichaam op. Je kijkt nu slechts naar zwarte tekens op een witte achtergrond, maar de ervaring kan levendig zijn.
Taal, hoe jouw taal in elkaar zit en hoe je taal gebruikt, heeft grote invloed op hoe je dingen ervaart en daardoor ook op wat je voelt en wat je doet. Dat zal je herkennen in de klas. Het kind dat snel denkt dat het zal falen, is minder snel geneigd om iets nieuws te proberen. In een groep waar een bepaald kledingmerk symbool staat voor status, kunnen kinderen die dat kledingmerk niet dragen buitengesloten worden. Misschien heb je wel eens ervaren hoe een heel team verziekt kan worden door geroddel in de wandelgangen? Allemaal taal.
Cognitief wetenschapper Lera Boroditsky doet onderzoek naar talen over de hele wereld. Zij ontdekte dat de inhoud, vorm en omgang met taal een grote invloed heeft op hoe mensen denken en waarnemen. Sommige talen hebben geen woorden voor de verschillende cijfers, ze benoemen alleen ‘veel’ en ‘weinig’. Mensen die die taal spreken kunnen niet rekenen zoals wij dat kunnen. Er is een Aboriginal gemeenschap die bij elke begroeting uitwisselt in welke richting de persoon zich beweegt en zij hebben daar specifieke woorden voor. Leden van die groep kunnen vanaf jonge leeftijd op elk moment heel precies aangeven welke windrichting waar is, ook op onbekend terrein. Mensen die Russisch spreken maken als ze blauw zien altijd een onderscheid tussen lichtblauw en donkerblauw. Zij blijken dit onderscheid ook beter te kunnen zien dan Nederlanders, die alle tinten blauw in eerste instantie als blauw aanduiden.
Als je weet dat dit zo werkt, dan kun je taal bewust inzetten als je wilt dat jij, iemand anders of een bepaalde groep op een bepaalde manier over dingen gaat denken. Daar is ook onderzoek naar gedaan. Op scholen waar wordt uitgesproken dat samenwerking en sociaal en hulpvaardig gedrag wordt gewaardeerd en waar prestaties, hoge cijfers en competitie niet benoemd en niet aangespoord worden, daar gedragen de leerlingen en leraren zich meer sociaal. Er is dan minder pestgedrag, minder conflicten, mensen helpen elkaar meer en er wordt beter samengewerkt. Bijkomend voordeel is dat de hersenen daardoor het signaal krijgen dat het veilig is, wat stressklachten vermindert en leerprestaties verhoogt.
Een ander voorbeeld gaat over inclusie en acceptatie van elk kind zoals het is. Veel scholen hebben dat in hun kernwaarden staan. Als je dat echt belangrijk vindt, dan is het ook van belang om je taal aan te passen. Kijk goed naar het effect van de taal die je gebruikt om kinderen te omschrijven. Als je woorden als goed, slecht, slim, sociaal, lastig, lief, onruststoker gebruikt of kinderen omschrijft als stoornis (ADHD-er, autist) dan stop je kinderen in hokjes. Dat heeft invloed op hoe je naar ze kijkt en uiteindelijk hoe ze zichzelf gaan zien. Vaak denken we dat er een label nodig is, maar blijkt dat eigenlijk niet het geval, dan kun je het beter achterwege laten. Als het wel van belang is om te overleggen over een kind of het kind feedback te geven, beschrijf dan het gedrag op een bepaald moment en wees nieuwsgierig naar de functie van dat gedrag. Dan krijgt het kind veel meer ruimte om zichzelf te mogen en kunnen zijn. 
Bij acceptatie- en commitmenttraining (ACT) beschrijven we twee aandachtspunten die ons kunnen helpen om de kracht van de magie van taal zo optimaal mogelijk in te zetten in de klas.

Houd de omgang met taal luchtig

Sta bewust stil bij het feit dat taal verwijst naar iets, symbool staat voor iets, maar dat het niet samenvalt met dat waar het naar verwijst. Het woord ‘boom’ is geen boom. De woorden ‘slim kind’ vallen niet samen met het kind. Het kind zal vast ook wel eens iets doms doen. Daarnaast kent het kind nog veel meer eigenschappen. Woorden schieten tekort om een echte boom of een echt kind te beschrijven.

Je kunt het gebruik van taal ook luchtiger maken door te praten vanuit een observerend perspectief in plaats van vanuit de letterlijke woorden. Ik merk op dat ik een oordeel heb over Max, klinkt luchtiger dan Max is een klier. Of aha, daar is dat stemmetje in mijn hoofd weer dat zegt dat ik het niet kan, geeft meer ruimte om iets nieuws te leren dan ik kan het niet.

Check de werkbaarheid

Werkbaarheid kun je checken door jezelf de vraag te stellen: brengt deze manier van taalgebruik mij dichterbij of verder weg van de dingen die ik belangrijk vind? Dit helpt je te onderscheiden welke gedachten en woorden je werkelijk wilt gebruiken en welke je kunt opmerken en laten liggen.

Er is een gedachte die we bijna allemaal hebben, ook al zijn we ons daar niet altijd bewust van en dat is: als ik denk dat ik iets moet doen, dan moet ik het doen. Deze gedachte is niet altijd werkbaar. Vooral als we ons gedrag willen veranderen, hebben we vaak allerlei gedachten over dat dat onmogelijk is, waardoor we er niet aan beginnen. Oefenen met: ik kan A denken en B doen, kan veel opleveren. Een voorbeeld: het is vreselijk om iemand teleur te stellen is geen werkbare gedachte als je merkt dat je erg moe bent en je beter voor jezelf wilt zorgen. Je zou die gedachte kunnen opmerken én nee zeggen tegen iemand. 

Het woord moeten is ook een interessante als het gaat over werkbaarheid. Moeten geeft je namelijk weinig keus, als je het letterlijk neemt moet je het immers doen. Als je bewuster je keuzes wilt maken, dan zou je in je hoofd elk moeten kunnen vervangen door mogen. Als je iets mag, dan heb je de keus of je het wel of niet wilt doen.

Boroditsky zegt: “Taal vormt de manier waarop we denken en hoe we het leven ervaren. Een taal is een levend iets, het verandert en kan zich aanpassen aan dat wat we nodig hebben in het leven. Nadenken over hoe we willen leven en steeds de taal en de omgang met taal kiezen die ons daarbij helpt zal een nieuwe taal creëren.”

Dit sluit aan bij wat we bij ACT doen. Bewust kiezen voor een bepaalde omgang met taal, steeds gericht op waarden, zal je perspectief veranderen en daardoor de wereld om je heen. Hoe wil jij kijken naar de kinderen, je collega’s, de ouders en jezelf? Wat wil jij de kinderen laten zien van de wereld? Welke waarden wil je ze meegeven? Begin bij het aanpassen van je taal en kijk wat er gebeurt.

Meer weten?

Maaike Steeman en Femke Klomp schreven het boek Psychologische flexibiliteit in het onderwijs. Het boek geeft een vertaalslag van de nieuwste en baanbrekende wetenschappelijke inzichten over menselijk gedrag naar de onderwijspraktijk, in de vorm van acceptatie- en commitmenttraining (ACT). Psychologische flexibiliteit in het onderwijs geeft inzicht en concrete handvatten voor de leerkracht om de eigen veerkracht te vergroten en om gezond en ontspannen voor de klas te kunnen staan. Daarnaast laat het boek zien hoe je kinderen kunt begeleiden naar meer psychologische flexibiliteit. Niet met aparte lessen en nog meer werk, maar door voor te leven. Door je houding, taalgebruik en manier van reageren aan te passen. Uiteraard staan er ook veel praktische oefeningen in het boek, zowel voor de leerkracht zelf als voor het werken met de klas. 

Bronnen:
Biglan, A. (2015). The nurture effect: how the science of human behavior can improve our lives & our world. Oakland: New Harbinger Publications.
Boroditsky , L. (2010). Lost in Translation. Wall Street Journal 24-07-2010Dow Jones & Company inc.
Borodotsky, L. (2017). Tedtalk Geraadpleegd op: 
https://www.ted.com/talks/lera_boroditsky_how_language_shapes_the_way_we_think/reading-list?utm_source=facebook.com&utm_medium=social&utm_campaign=social&utm_content=2020-11-25-cutdown&fbclid=IwAR3n7wF8wd1s9pOIJI-qlx6Mvh720FPIympQ1b7GQ6boPeIDnAZxclTXlsI
Steeman, M. & Klomp, F. (2020). Psychologische flexibiliteit in het onderwijs: doen wat werkt met hart en ziel: acceptatie- en commitmenttraining. Amsterdam: uitgeverij SWP.